Te groot om een leugen te zijn

25 maart 2013 • 1 reacties

Eind december, 2012. Op de bestuursverdieping van een bank.  Een systeembank zelfs.

Ronald, met schuim op de mond: ‘Dat verhaal waar NRC mee komt, dat gaat ons verdomme killen’.

Jeroen, woordvoerder, probeert te sussen. Z’n gezicht is rood van de opwinding: ‘Ik pak ze, let op. Ik pak ze’.

Ronald: ‘Als het op deze manier naar buiten komt kunnen we het schudden. Dan loopt iedereen weg en liggen we op ons gat’.

Jeroen: ‘We kunnen een verhaal als dit niet tegenhouden, hoe sloppy het ook is. Ze geven ons … een paar uur om te reageren. We mogen blij zij als ze een paar woorden van ons meenemen, want dat stik is al geschreven. Fijne journalistiek.’

Ronald: ‘Waar betaal ik jou dan in godsnaam voor?’

Jeroen: ‘Ik kan zo’n verhaal niet uit de krant houden. We kunnen naar de rechter, maar dat verliezen we. Staan we helemaal voor aap en is ‘t sowieso voorbij.’

Ronald: ‘Wat kun je dan eigenlijk wel?’

Jeroen: ‘We gaan er keihard in. Heb hier al een heftige brief aan de hoofdredactie. We dreigen ze met van alles: de rechter, de Raad voor de Journalistiek. Dat doen we natuurlijk niet, uiteindelijk. We gaan ze peentjes laten zweten... we gaan ze Koelewijnen.’

Hij vervolgt: ‘In zo’n verhaal zit altijd wel een stel fouten. Dat rapport waarover ze het hebben, dat hebben ze simpelweg niet in handen. Ik ga gewoon glashard ontkennen dat het bestaat. Ik ga de foutjes gebruiken om aan te tonen dat het hele verhaal niet deugt. Het belangrijkste: Ik maak ze via twitter helemaal af, zo snel als de krant uit is. We gaan die …-krant zo plat-bombarderen dat alle anderen denken: -dekking zoeken, daar ga ik m’n vingers niet aan branden.’

 

Half januari, dezelfde verdieping:

Ronald: ‘Dat werkte wel, dat killen van jou’

Jeroen: ‘Framing dus. Jouw verhaal laten domineren. De foutjes van de ander gebruiken om ze in leugens te veranderen, en van je eigen fouten en onzin de werkelijkheid maken. Het gaat niet om het verhaal, het gaat om de perceptie’.

Ronald:  “Als je maar weet dat ik geen nieuw gedoe kan gebruiken. Ik wil overleven’

Jeroen: ‘De kranten zijn nog effe bang en voorzichtig. De lijn blijft: weinig aan de hand, vol vertrouwen, bedrijf in de kern gezond. En half februari, bij de jaarcijfers, hebben we alles opgelost. De rest noemen we koersgevoelige informatie.’

Ronald: ‘En niemand weet van de deadline van de Bank?’

Jeroen: ‘Niemand. Denk ik.’

 

Eind januari. Zelfde plek, zelfde hoofrolspelers.

Ronald: ‘Die …-ambtenaren! Heb ik een koper, willen ze geen risico’s dragen’.

Jeroen: ‘Ik zal de druk opvoeren. Laten lekken dat er een koper is. Financiën zwetend. Even laten zien dat dit gunstiger is dan nationalisatie. Maar ik wil wel jouw backing’.

 

 

 

 

 

Een paar dagen later, de baas belt vanuit huis:

Ronald: ‘Dat was het dan. Daar hebben we het dan ... voor gedaan. Gezeik. Bonussen. Er moet iemand hangen.’

Jeroen: ‘Je weet het: stil zitten nu we geschoren worden. Maar: ze hebben wel wat anders te doen dan terugkijken. En wij moeten vasthouden aan het mantra dat bij ons altijd werkt…’

Ronald, plechtig: ‘Koersgevoelige! Informatie!’

Jeroen ‘Precies’.

Ronald: ‘Hoe dan ook, we waren godzijdank too big to fail’.

Jeroen: ‘Godzijdank ja. En als zo’n bank communiceert, dan is die communicatie too big to be a lie’.

 

PS  enige overeenkomst met bestaande personen of gebeurtenissen berust louter op toeval.

 

 PPS geubliceerd in februarinummer van het maandblad 'Communicatie'

 

 

   

Reacties

Wim De Roos

Ik kan Ronald en Jeroen niet plaatsen. Namen en rugnummers, graag.

Reactie toevoegen